Een volledig ondergelopen galerij kan een obstakel zijn die het verder zetten van een grottocht onmogelijk maakt. Als je de grot toch verder wil verkennen dan kan je deze sifons overwinnen door te duiken.
Er is een groot verschil tussen karstbronduiken en het duiken in een hangende of terminale sifon.
Bij het karstbronduiken is de naderingstocht tot bij het water in de meeste gevallen erg makkelijk vergeleken met een terminale sifon.
Bij een hangende of terminale sifon moet je immers met de duikuitrusting, die niet van de lichtste is, tot bij de duikplaats komen. Na de duik en het eventueel verkennen van het droge gedeelte na de sifon dien je met de volledige uitrusting de grot terug uit te raken (putten, smalle doorgangen enz…) Naast de nodige duikervaring heb je als grotduiker dus ook een goede kennis nodig van het ondergrondse milieu en de daarbij horende speleotechnieken. Een groot uithoudingsvermogen en een goede fysieke conditie zijn belangrijk.
Cascade geeft als recreatieve sportclub zelf geen commerciële opleidingen. Via begeleiding en uitwisseling van ervaringen kunnen kandidaat grotduikers hun vaardigheden en kennis opkrikken.
Er zijn commerciële opleidingen waar je certificaten kan behalen. De nieuwe generatie grotduikers maakt hier gretig gebruik van. Dit kan alleen maar de veiligheid ten goede komen. Enkele duikende leden zijn dan ook grotduik instructeur.
In België wordt er getraind in steengroeven, kleinere grotsystemen en ondergelopen mijnen. De eigenlijke grotduiken blijven echter beperkt.
Ideale omstandigheden voor het sifonduiken zijn er in het buitenland. Frankrijk, ver en toch nog dichtbij, heeft alle mogelijkheden. (Côte d'Or, de Lot, Dordogne, Jura....)